Equatoriaal-Guinea (Republic of Equatorial Guinea)
![]() |
![]() |
Vlag van Equatoriaal-Guinea |
Het gebied werd rond 1472 ontdekt door de Portugees Fernão do Pó. Bij het Verdrag van El Pardo (1778) stond Portugal het af aan Spanje. Rio Muni werd op 9 januari 1885 een Spaans protectoraat en in 1900 een kolonie van Spanje. In 1926 werd het eiland Fernando Poo hier aan toegevoegd. In 1963 verleende dictator Franco, die destijds Spanje bestuurde, Spaans-Guinea zelfbestuur. De Spaanse Hoge Commissaris benoemde de gematigde nationalist Bonifacio Ondó Edu tot minister-president.
Op 12 oktober 1968 werd Equatoriaal-Guinea onafhankelijk. Ondó Edu verloor het premierschap en de leider van de extreemlinkse Partido Unido Nacional del Trabajador (PUNT, Verenigde Nationale Arbeiderspartij), Francisco Macías Nguema werd de eerste president. Na anti-Spaanse rellen werden in 1969 alle Spanjaarden het land uitgezet. President Macías Nguema voerde een dictatuur met persoonlijkheidscultus in en liet zich in 1972 uitroepen tot 'president voor het leven'. In 1974 liet hij massaal tegenstanders van zijn regime executeren. In 1978 vaardigde de president een verbod op godsdienstoefeningen uit en werd het land een 'atheïstische republiek' naar het voorbeeld van dictator Enver Hoxha in de volksrepubliek Albanië.
In augustus 1979 pleegde de neef van de president, onderminister van Defensie generaal Teodoro Obiang Nguema Mbasogo, een coup. Hij liet president Macías Nguema executeren en werd zelf president. Godsdienstoefeningen werden weer toegestaan en het socialistische economisch beleid werd radicaal gewijzigd (geleidelijke invoering vrije markteconomie). Generaal Nguema Mbasogo trad echter hard op tegen tegenstanders van zijn regime, met name tegen die van de bevrijdingsbeweging GNBA (Nationalistische Groep van het Bubi-volk van de Eerste April).
In 1986 probeerden hoge militairen het bewind van Nguema Mbasogo omver te werpen, maar de president bleef stevig in het zadel zitten. In 1987 richtte Nguema Mbasogo de Partido Democrático Guinea Ecuatorial (Democratische Partij van Equatoriaal-Guinea, PDGE) op. De PDGE werd de enige toegestane partij. In 1991 werd officieel het meerpartijenstelsel ingevoerd. Politieke partijen (behalve de PDGE) moeten echter aan zoveel regels voldoen dat er geen sprake is van een echte oppositie.
In 1996 werd Obiang Nguema Mbasogo met een overweldigende meerderheid als president herkozen. Dit gebeurde ook in de daarop volgende verkiezingen. In 2016 werd hij weer herkozen met 93,7% van de stemmen. Zijn belangrijkste tegenkandidaat was Avelino Mocache Benga, hij kreeg 1,5% van de stemmen. De opkomst was 92,9%.
In november 2011 werd een nieuwe grondwet aangenomen. Hierin staat dat de president maximaal twee perioden van zeven jaar aan het hoofd mag staan. De functie van vicepresident werd heringevoerd. In juni 2016 werd de zoon van de president, Teodorin Obiang, benoemd tot vicepresident.